Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 17

Subsidie voor saneren van de bodem

Onderdeel van Subsidieregeling stedelijke vernieuwing, verhuisregelingen en ouderenhuisvesting Amsterdam 2019

1.. Het college kan aan een eigenaar van een tuin subsidie verlenen ter tegemoetkoming van het door het college aanvaarde kosten verbonden aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het saneren van de bodem van de tuin indien er sprake is van een onaanvaardbaar humaan risico. 2.. Er is in ieder geval sprake van een onaanvaardbaar humaan risico als een gemeten gehalte aan lood in de toplaag van 20 cm van een tuin hoger is dan 370 mg/kg d.s. 3. . Onder tuin wordt de oppervlakte bedoeld die na het saneren van de bodem de functie tuin behoudt. 4.. Onder bodemsanering wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals aangewezen in artikel 3.48h van het Besluit Activiteiten Leefomgeving. 5.. Onder eigenaar wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: een juridisch eigenaar of erfpachter. 6.. In aanvulling op artikel 6 van de ASA dient een ondernemer bij de aanvraag een verklaring de-minimissteun in te dienen waaruit blijkt dat het drempelbedrag van € 300.000 niet wordt overschreden. 7.. De subsidie bedraagt: Oppervlakte Subsidiebedrag per m² tuin Maximaal subsidiebedrag 0-50 m² € 200 per m² € 10.000 50-100 m² € 10.000 + € 100 per m² voor elke vierkante meter meer dan 50 m² € 15.000 100-1000 m² € 15.000 + € 50 per m² voor elke vierkante meter meer dan 50 m² € 60.000 Groter dan 1000 m² Maximaal 50 procent van de kosten € 200.000 8.. De subsidie bedraagt niet meer dan de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het saneren van de bodem. 9.. In aanvulling op artikel 6 van de ASA dient bij de aanvraag een goedgekeurde melding saneren van de bodem als bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving te worden gevoegd. Dit kan beschouwd worden als activiteitenplan. 10.. De subsidieontvanger is verplicht om bij het saneren van de bodem, de werkzaamheden uit te laten voeren door een BRL SIKB 7000 erkende instelling en het toezicht op de uitvoering van de sanering te laten uitvoeren door een SIKB 6000 erkende bodemintermediair. 11. . Bij subsidies groter dan € 20.000 betaalt het college bij het besluit tot verlening van de subsidie binnen vier weken een voorschot van maximaal € 20.000. 12. . De subsidie wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd indien: het een sanering betreft waarbij in de tuin geen sprake is van overschrijding van een gemeten gehalte aan lood van 370 mg/kg d.s. in de grond of het maximaal toelaatbaar risico voor de mens, in de bovenste 1 meter van de bodem ten opzichte van het onverharde maaiveld; de bodemsaneringslocatie geen tuin betreft of in de toekomstige situatie, na het saneren van de bodem, de bodemfunctie als tuin geheel of gedeeltelijk verliest; Slechts een deel van de tuin wordt gesaneerd en het risico niet volledig wordt weggenomen; geen schone bovenlaag van 1,0 meter dik wordt gerealiseerd waarin het loodgehalte lager is dan 100 mg/kg d.s. is; de saneringsmethode bestaat uit het aanbrengen van een verharding; de opzet van de sanering niet sober en doelmatig is; indien de aanvrager voor het deel van de bodemverontreiniging aansprakelijk is; of gebleken is dat voor de uitvoering van de sanering op andere wijze subsidie is ontvangen. 13. . Bij aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving te worden ingediend. In het verslag dient expliciet te worden opgenomen hoeveel m2 tuin is gesaneerd en dient te worden verklaard dat daarmee de gehele tuin is gesaneerd en het risico volledig is weggenomen. 14. . Het college kan in afwijking van het eerste lid in uitzonderlijke gevallen subsidie verlenen ter tegemoetkoming van kosten verbonden aan bodemsanering van andere gronden dan tuinen indien er sprake is van een onaanvaardbaar humaan risico.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel