Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld dan wel bijgevoegd: de persoonsgegevens van de exploitant; de persoonsgegevens van de leidinggevende(n); een bewijsstuk waaruit blijkt dat de exploitant rechtmatig verblijf heeft in Nederland; een recent (maximaal drie maanden oud) uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie ter onderbouwing van het opgegeven adres van de exploitant en van alle op de aanvraag vermelde leidinggevenden; de aard van het horecabedrijf; een plattegrond van het horecabedrijf met een schaal van tenminste 1:100 waarop duidelijk de afmetingen van de inrichting en een eventueel terras zijn aangegeven; een recente (maximaal drie maanden oude) verklaring omtrent het gedrag; een op grond van de Wet Bibob vastgesteld en ingevuld vragenformulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden; een schriftelijk stuk waaruit de juridische relatie van de exploitant met het desbetreffende perceel tot uitdrukking komt, zoals een huurovereenkomst, pachtovereenkomst of eigendomsbewijs. 3.. De burgemeester laat de aanvraag om vergunning buiten behandeling indien de aanvraag niet voldoet aan de in lid 2. gestelde indieningvereisten. 4.. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 5.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 6.. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren, wijzigen of intrekken indien sprake is van het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de wet BIBOB. 7.. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; zorginstelling; museum; of bedrijfskantine of -restaurant. 8.. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, of de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 9.. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het achtste lid onder a. 10.. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel