Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2:

Artikel 13:

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Vught 2019

1.. Burgers kunnen, na aanmelding voor het inspreekrecht, in de vergadering het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Inspreken gebeurt voor aanvang van de beraadslaging over het betreffende agendapunt; 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; 3.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste vijf minuten voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, namens wie hij spreekt en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren; 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelden. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering; 5.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord per geagendeerd onderwerp. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd; 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend; 7.. De commissieleden kunnen de spreker na het inspreken een korte, verhelderende vraag stellen. Er vindt geen discussie plaats.

Rechtspraak bij dit artikel