Als bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid worden als niet uitgebrachte stemmen aangemerkt die stembriefjes, die:
zijn ondertekend, niet of niet behoorlijk zijn ingevuld of twijfel oproepen omtrent de inhoud;
waarop niet een van de woorden “voor of “tegen” is doorgehaald of, in het geval sprake is van één kandidaat, beide woorden achter de naam van de kandidaat zijn doorgehaald;
waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij het een voorstel betreft, waarbij meerdere personen worden voorgedragen, en de keuze tot deze personen is beperkt;
waarbij op een persoon is gestemd, die niet is voorgedragen;
waarbij op een andere persoon is gestemd dan die, waartoe de stemming beperkt is.