Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 71

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde 2019

Schriftelijke vragen worden bij de raadsvoorzitter ingediend. Deze zendt de vragen na ontvangst direct door aan de raadsleden. Indien bij het college of bij de burgemeester overwegende bezwaren bestaan tegen beantwoording van de gestelde vragen, wordt dit aan het betrokken lid en de raad onder opgave van redenen medegedeeld. Bestaan zodanige bezwaren niet, dan antwoordt het college of de burgemeester het betrokken lid schriftelijk en zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen één maand nadat de vragen zijn binnengekomen. Is beantwoording binnen die termijn niet mogelijk, dan wordt dit, onder opgave van de reden, aan het betrokken lid medegedeeld. De raadsvoorzitter zendt het antwoord op de gestelde vragen tegelijkertijd aan de overige leden van de raad toe. Het college of de burgemeester kunnen, op verzoek van de vragensteller, besluiten de vragen mondeling te beantwoorden. Deze beantwoording geschiedt dan, zo mogelijk, in de eerstvolgende raadsvergadering. Bij deze beantwoording worden de raadsleden in de gelegenheid gesteld een korte aanvullende vraag te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel