Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Gesprek en onderzoek

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019

1.. Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek, tenzij de hulpvraag genoegzaam bekend is. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt, dan wel zijn (wettelijke) vertegenwoordiger, voor zover mogelijk zijn mantelzorger en voor zover nodig zijn familie. 2. . De factoren, genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid, van de wet maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek als bedoeld in het eerste lid. Deze factoren zijn: de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens, verschuldigd zal zijn. 3. . Tijdens het gesprek wordt aan de cliënt, dan wel diens (wettelijke) vertegenwoordiger, in begrijpelijke bewoordingen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een pgb en wat de gevolgen van die keuze zijn. 4. . Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure, vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken. 5. . Indien de gespreksvoorbereiding een afgerond beeld oplevert over de hulpvraag, kan het college in overleg met degene door, of namens wie de melding is gedaan, afzien van een gesprek. 6. . Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor het onderzoek, degene door of namens wie een melding of aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten: op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen; op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. 7. . Het college verstrekt de cliënt dan wel diens (wettelijke) vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, door middel van een integraal plan of gespreksverslag. 8. . Het college wijst de cliënt dan wel zijn (wettelijke) vertegenwoordiger op de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel