Naar hoofdinhoud
1.. Een Cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor een Maatwerkvoorziening zolang de Cliënt van de Maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het Persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 2.. De Bijdrage, dan wel het totaal van de Bijdragen is gebaseerd op de regels die daartoe van Rijkswege zijn opgelegd en bedraagt maximaal € 17,50 per vier weken (prijspeil 2019) voor de Cliënt of de gehuwde Cliënten tezamen, onafhankelijk van inkomen of vermogen van de Cliënt en onafhankelijk van het aantal Maatwerkvoorzieningen die aan een Cliënt zijn toegekend. 3.. De termijn gedurende welke de Cliënt een bijdrage moet betalen, hangt af van de kostprijs van de Maatwerkvoorziening zoals bepaald door een aanbesteding/inkoop, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder(s). 4.. De Bijdrage wordt door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) vastgesteld en geïnd. 5.. Geen Bijdrage wordt opgelegd indien het een Maatwerkvoorziening betreft voor minderjarigen onder de 18 jaar, tenzij het een Woningaanpassing betreft. Een bijdrage is dan verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een Cliënt. 6.. Geen Bijdrage wordt opgelegd voor de volgende Maatwerkvoorzieningen: rolstoel, Respijtzorg of Kortdurend verblijf, cliëntondersteuning, verhuis- of inrichtingsvergoeding. 7.. Geen bijdrage wordt opgelegd aan meerpersoonshuishoudens, nog niet AOW-gerechtigd overeenkomstig de regels die daarvoor door het rijk gesteld zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel