Naar hoofdinhoud
1. . Indien een raadslid in een kalenderjaar 25% of meer van de gehouden raadsvergaderingen niet heeft bijgewoond, wordt van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, 20% uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen. Indien na afloop van een kalenderjaar blijkt dat een raadslid in het daarvoor liggende jaar 25% of meer vergaderingen niet heeft bijgewoond dan vindt op basis van nacalculatie een verrekening of terugvordering plaats. 2. . Het recht op 20% van de vergoeding uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen, wordt berekend volgens de formule (a/b)20% x 12 x c, waarbij: ‘a’ staat voor het totaal in het kalenderjaar bijgewoonde vergaderingen; ‘b’ staat voor het totaal in het kalenderjaar gehouden vergaderingen; ‘c’ staat voor het bedrag bedoeld in artikel 3.1.1., eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel