Naar hoofdinhoud
1.. De goothoogte van een lessenaarsdak wordt bepaald door de hoogte van de goot aan de hoge zijde van het dak. 2.. Bij een dakkapel of dakopbouw van maximaal 1/3 van het dakvlak (van ondergeschikte breedte) is de goot ondergeschikt en telt niet mee in de bepaling van de goothoogte.

Rechtspraak bij dit artikel