Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Leden van de raad; toelating en beëdiging; benoeming wethouders. De gemeenteraad van Vlaardingen bestaat uit 35 leden die iedere vier jaar worden gekozen.

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent Reglement van orde ‘Politieke Donderdag’ Gemeente Vlaardingen 2018

1.. De gemeenteraad is het hoogste bestuur van de gemeente en vertegenwoordigt de inwoners in dit bestuur. De gemeenteraad bepaalt de hoofdlijnen van het beleid van de gemeente (kaderstellen). De gemeenteraad besluit jaarlijks hoeveel geld waaraan wordt besteed (programmabegroting). Ook besluit de gemeenteraad over gemeentelijke verordeningen. Een derde belangrijke taak van de gemeenteraad is het controleren op het nakomen van het vastgestelde beleid door het college van burgemeester en wethouders en of het college niet meer dan het vastgestelde budget heeft uitgegeven. De taak van de gemeenteraad wordt ook wel samengevat in drie woorden: volksvertegenwoordiger, kaderstellen en controleren. 2.. Bij benoeming van een nieuw lid van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van het nieuw benoemde lid en het proces-verbaal van het centrale stembureau. Vooruitlopend op nationale regelgeving wordt bij nieuwe leden van de gemeenteraad een risicoscan uitgevoerd om potentiële integriteitsrisico’s in beeld te brengen. 3.. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt; de raad beraadslaagt over het verslag van de commissie en beslist over de geloofsbrieven. 4.. Na een verkiezing voor de leden van de raad roept de voorzitter van de raad de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter van de raad een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Deze procedure wordt ook gevolgd als er sprake is van een tussentijdse tijdelijke benoeming in het kader van ziekte en/of zwangerschap van een raadslid. Voor de tijdelijke benoeming gelden artikelen artikel X10, X11 en X12 van de Kieswet. 6.. Een raadslid kan te allen tijden ontslag nemen. Hij bericht dit schriftelijk aan de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat in zodra zijn opvolger is benoemd (Artikel X 6, X1, X 5 van de Kieswet). 7.. Voorafgaand aan de benoeming van de kandidaat wethouder wordt een risicoscan uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerd bureau. De benoeming volgt als er geen belemmeringen of bezwarende omstandigheden worden aangetroffen. De kandidaat mag de uitslag van het onderzoek als eerste inzien en besluit dan of de uitslag openbaar gemaakt mag worden. 8.. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het tweede lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is vervolgens overeenkomstig het derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel