De Wro geeft geen aanwijzingen over de manier waarop de coördinatieregeling uitgevoerd moet worden. Via de coördinatieprocedureregels van de Awb kan de gemeente hierover duidelijkheid geven. Dit onderdeel van de Awb (vooral: § 3.5.3) werkt pas als een gemeentelijke verordening de procedure van toepassing verklaart. Daarom regelt lid a dat § 3.5.3 Awb van toepassing is op deze verordening, met uitzondering van de artikelen 3.28 en 3.29 Awb. Deze twee artikelen hebben betrekking op onder meer bezwaar en beroep en hiervoor heeft de Wro een eigen regeling (artikel 8.3). De Wro regelt dat besluiten die na toepassing van coördinatie tot stand zijn gekomen, gelden als een besluit. Verder beslist de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State – binnen 6 maanden na ontvangst van het verweerschrift.