Naar hoofdinhoud

4.

Artikel 4.1

Integriteit

Onderdeel van Inkoop- en Aanbestedingsbeleid

De organisaties stellen bestuurlijke en ambtelijke integriteit voorop. De organisaties hebben hoog in het vaandel dat haar bestuurders en ambtenaren integer handelen. De bestuurders en ambtenaren houden zich aan de voor hen vastgestelde gedragscodes. Zij handelen zakelijk en objectief, waardoor bijvoorbeeld belangenverstrengeling wordt voorkomen. In de beoordeling van aanbiedingen mogen dan ook geen politieke en/of ideologische aspecten worden betrokken. De organisatie contracteert enkel integere ondernemers. De organisaties willen enkel zaken doen met integere ondernemers die zich niet bezighouden met criminele of illegale praktijken. Een toetsing van de integriteit van ondernemers is bij inkoop (en aanbesteding) in beginsel mogelijk, bijvoorbeeld door de toepassing van uitsluitingsgronden zoals genoemd in artikel 2.86 van de Aanbestedingswet 2012, het hanteren van de Gedragsverklaring Aanbesteden of het toepassen van de Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). Contractant en haar onderaannemers, dienen daarbij de naleving van de universele rechten van de mens, waaronder; vakbondsvrijheid en het verbod op kinderarbeid, gedwongen arbeid en discriminatie, te respecteren. Contractant heeft daarbij een inspanningsverplichting om dit afhankelijk van een redelijke inschatting van de risico’s bij haar onderaannemers te controleren en te borgen. Ondernemers die niet aan voorgaande voldoen worden uitgesloten van deelname aan aanbestedingen die door de deelnemende organisaties worden uitgeschreven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel