Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 10.

Kostprijsberekening

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Beek 2019

1. . Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. . Bij de directe kosten worden betrokken de stortingen in en onttrekkingen aan voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging dan wel groot onderhoud van de betrokken activa en de afschrijvingslasten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele BTW en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. . Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. Totale overheadkosten x Kosten cat. 1.1+3.5.1 betreffende product = overheadkosten in kostprijs Totale kosten cat. 1.1+3.5.1 4. . Het renteomslagpercentage voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in lid 1 (inzet vreemd vermogen) wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld conform de bepalingen in de actuele nota activeren en afschrijven. 5. . Het rentepercentage voor de vergoeding van de inzet van reserves en voorzieningen als bedoeld in lid 1 wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van dit rentepercentage wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit rentepercentage wordt afgerond op 0,5%. 6. . Als het rentepercentage voor de vergoeding over de reserves en voorzieningen zoals berekend overeenkomstig lid 5 een percentage oplevert dat lager is dan 1% dan wordt het rentepercentage voor deze rentevergoeding bepaald op 1% of het hogere marktrentepercentage voor 10-jarige leningen.

Rechtspraak bij dit artikel