In dit statuut wordt verstaan onder:
Actuele marktwaarde De waarde die kan worden berekend aan de hand van de actuele marktwaarde van de resterende looptijden van de toekomstige kasstromen (rente en aflossing) van een deposito.
Agentschap Het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Financiën, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van schatkistbankieren.
Deposito Het creditbedrag op een aan de rekening-courant gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door het openbaar lichaam niet vrij beschikt kan worden.
Drempelbedrag Het maximale bedrag aan overtollige middelen dat een decentrale overheid niet hoeft aan te houden bij ’s Rijks schatkist. Dit is 0,75% van het begrotingstotaal.
DSL-rente De dagelijks door een door de minister van Financiën aangewezen elektronische handelsplatform vastgestelde rentes voor Nederlandse staatsleningen (Dutch State Loans) van verschillende looptijden.
DTC-rente De dagelijks door een door de minister van Financiën aangewezen electronische handelsplatform vastgestelde rentes voor Nederlands schatkistpapier (Dutch Treasury Certificates) van verschillende looptijden.
EU/EER lidstaat Dit zijn de EU-landen + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
EONIA De dagelijkse vaststelling door de Europese Centrale Bank van de rente waartegen gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt door een panel van banken.
Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen (reserves) als vreemd vermogen (voorzieningen, schulden en leningen).
Financieringsparagraaf Het begrotingsonderdeel of rekeningsonderdeel waarin het beleid voor het komende jaar wordt vastgelegd respectievelijk waarin verantwoording wordt afgelegd van de realisatie van het voorgenomen beleid.
Financiële derivaten Dit zijn beleggingsinstrumenten die hun waarde ontlenen aan de waarde van een ander goed (= onderliggende waarde), bv. aandelen.
Geldmarktinstrumenten categorieën financiële instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld.
Geldstromenbeheer Alle activiteiten die nodig zijn om gelden over te maken zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer); Door middel van geldstromenbeheer proberen we een gelijkmatig patroon van betalingen en ontvangsten te creëren met zo minimaal mogelijke kosten.
Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Intradaglimiet Het maximum bedrag dat gedurende de dag rood mag worden gestaan op de tussenrekening.
Kasgeldlening Kortlopende lening van meestal 1,2,3 maanden en maximaal 12 maanden waarbij de rente gedurende de looptijd vast staat.Teruggeplaatst van "http://www.wr.nl/wiki/index.php/Kasgeldlening"
Kasgeldlimiet Het gaat bij de kasgeldlimiet om het beperken van de renterisico’s op de korte schuld (netto vlottende schuld). Daarom wordt de kasgeldlimiet gekoppeld aan het begrotingstotaal (= de totale lasten van de begroting). De kasgeldlimiet voor de gemeente Buren is 8,5% van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar, conform de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden’. De totale kortlopende schuld van een gemeente mag niet boven dit grensbedrag komen.
Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.
Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid.
Marktrisico Het gevaar van schommelingen in de waarde van financiële activa door marktbewegingen.
Medium Term Notes Medium Term Notes (MTNs) zijn vergelijkbaar met een obligatie, maar kennen veelal een grotere coupure dan normale obligaties en/of een kortere looptijd. Handel vindt plaats op de onderhandse markt en dus niet op de beurs, zoals bij gewone obligaties.
Netto vlottende schuld Het gezamenlijke bedrag van:
de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd korter dan 1 jaar;
de schuld in rekening-courant;
de voor een termijn korter dan 1 jaar ter bewaking in kas gestorte gelden van derden van derden en;
de overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld, verminderd met het bedrag van contante gelden, tegoeden in rekening-courant, en de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan 1 jaar.
Nettingovereenkomst En overeenkomst op grond waarvan de wederzijdse verplichtingen tussen partijen verrekend worden waardoor wordt bepaald wat de ene partij per saldo aan de andere partij verschuldigd is;
Onderhandse lening Een lening waarbij een geldnemer geld leent van één of enkele geldgevers. De verschillende partijen maken zelf in onderling overleg de afspraken.
Rating Taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau;
Rekening-courant SKB De rekening-courant bij het Ministerie van Financiën ten behoeve van schatkistbankieren.
Rekening-courant BNG De rekening-courant bij de BNG ten behoeve van de normale Bbedrijfsvoering.
Rentecompensatiestelsel Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen bij de BNG worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover een gunstigere rente wordt berekend.
Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen in de financiële resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
Renterisiconorm De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld met een drempel van 2,5 miljoen euro. Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd. Een norm van 20% leidt tot een rentetypische looptijd van 5 jaar.
Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.
Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.
Richtlijn Een bindend voorschrift c.q. aanwijzing met betrekking tot een te volgen handelwijze.
Risicoprofiel Dit geeft aan in welke mate een organisatie risico’s loopt.
Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
Schatkistbankieren Het aanhouden van alle overtollige middelen in de schatkist van het Ministerie van Financiën.
Treasurybeheer De uitvoering van de treasuryfunctie binnen de kaders van het treasurystatuut.
Treasurybeleid Vastlegging van de uitgangspunten, doelstellingen op het gebied van treasury;
Treasuryfunctie Dit omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Treasurystatuut Het document waarin het treasurybeleid is vastgelegd.
Trekkingsrecht Het recht van een derde partij om op eerste afroep te kunnen beschikken over een maximaal overeengekomen bedrag van een openbaar lichaam die middelen in rekening-courant bij ’s Rijks schatkist aanhoudt.
Tussenrekening Rekening-courant bij de BNG ten behoeve van het schatkistbankieren. Dit is de vaste tegenrekening voor het schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën.
Uitgezonderde middelen Middelen die niet verplicht in ’s Rijks schatkist behoeven te worden aangehouden (bijlage 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden).
Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Vaste schuld Het gezamenlijke bedrag van de schuld uit hoofde van de geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van 1 jaar of langer, en de voor een termijn van 1 jaar of langer ontvangen waarborgsommen.
Vermogenswaarde Het geheel van de in geld uitgedrukte waarde van de bezittingen aan goederen en vorderingen (activa en passiva).
Zero-balancing De aanzuivering dan wel de afroming van de tussenrekening ten laste dan wel ten gunste van de rekening-courant.