Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Regels voor de bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUNNIK 2019

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: voor gebruik van collectief vervoer, zoals regiotaxi, die bestaat uit de reguliere reizigersbijdrage per enkele reis voor maximaal 5 zones per rit tot een maximum van 778 zones per jaar geldt een korting op het tarief tot aan een reizigersbijdrage gelijk aan het geldende tarief van het reguliere openbaar vervoer voor degenen die niet in staat zijn om gebruik te maken van het openbaar vervoer; voor het gebruik van een algemene voorziening, zoals bedoeld in artikel 2.1.4 van de Wmo; voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit maatschappelijke ondersteuning, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn eventuele echtgenoot. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor: voor een maatwerkvoorziening zijnde cliëntondersteuning. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de eigen bijdragen, is gelijk aan de kostprijs van de maatwerkvoorziening, tot aan ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en artikel 11 lid 9 van deze verordening. Voor alle categorieën personen, genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 wordt de bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, verlaagd door het percentage, genoemd in dat lid, te verlagen naar 12,5%. De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. Voor personen behorend tot een nader door het college te bepalen groep, kan het college een korting op de bijdrage voor een algemene voorziening vaststellen. In de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene aan wie een gegrond verzoek op grond artikel 1:394 BW is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Het college kan in bepaalde omstandigheden tijdelijk vrijstelling geven van de eigen bijdrage voor de kosten van een maatwerkvoorziening. De omstandigheden voor deze vrijstelling staan omschreven in nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel