De verlaging in verband met de woonsituatie zoals bedoeld in artikel 27 Participatiewet bedraagt:
16% van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet wanneer belanghebbende een woning bewoont waar voor hem/haar geen woonkosten aan zijn verbonden, waardoor er sprake is van lagere bestaanskosten;
Indien belanghebbende als gevolg van zijn/haar woonsituatie verminderde woonkosten heeft die lager zijn dan 95% van de minimumbasishuur, waardoor er sprake is van lagere bestaanskosten, wordt de uitkering verlaagd met:
2% van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet indien de woonkosten minimaal 85% en maximaal 94% bedragen van de minimumbasishuur;
4% van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet indien de woonkosten minimaal 75% en maximaal 84% bedragen van de minimumbasishuur;
5% van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet indien de woonkosten minimaal 65% en maximaal 74% bedragen van de minimumbasishuur;
10% van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet indien de woonkosten maximaal 64% bedragen van de minimumbasishuur.
15% van de gehuwdennorm indien belanghebbende dakloos is en geen woning aanhoudt.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Verlaging in verband met woonsituatie
Onderdeel van Beleidsregels verlaging Participatiewet ’s-Hertogenbosch 2019