De applicatiebeheerder voorziet in:
De technische ondersteuning bij het gebruik van de applicatie;
Het tijdig opschonen van de database van via het netwerk ontvangen berichten waarvan de cycli zijn afgerond;
De afhandeling van de selectieverstrekkingen op basis van het autorisatiebesluit van en conform de planning van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
De afhandeling van selectieverstrekkingen op aanwijzing van de privacybeheerder;
De communicatie bij storingen in hard- en software;
Een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen de applicatie, zo nodig door inschakeling van de leverancier;
De bijhouding van een logboek waarin storingen en andere afwijkingen worden bijgehouden;
De toekenning van de autorisatieniveaus aan de gegevensverwerkers en de medewerkers van de binnengemeentelijke overheidsorganen, op aanwijzing van de privacybeheerder en rekening houdend met de bepalingen van deze regeling;
De bijhouding van een administratie betreffende deze autorisaties;
De afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens;
Het op verzoek van de gegevensbeheerder aanleveren van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de periodieke- en systematische controle van de in de BRP opgenomen gegevens;
De voorbereiding voor de periodieke zelfevaluatie als bedoeld in artikel 4.3 van de Wet en de daaraan gerelateerde procedures en werkinstructies en verleent medewerking bij de uitvoering ervan.
Hoofdstuk 6
Artikel 29