**1..** De privacybeheerder is bevoegd de procedures en werkinstructies op te stellen die noodzakelijk zijn op het gebied van gegevensverstrekking en voor andere werkzaamheden met betrekking op de BRP, voor zover hier privacyaspecten aan de orde zijn.
**2..** De privacybeheerder is bevoegd tot het geven van aanwijzingen aan de functionarissen belast met het verstrekken van gegevens uit de BRP.
**3..** De privacybeheerder beslist namens de algemeen beheerder aan de hand van de bepalingen bij of krachtens de Wet en deze regeling, over het verzoek om directe toegang tot de BRP. Hij houdt daarbij rekening met de bepalingen in artikel 9 van deze regeling.
**4..** De privacybeheerder is bevoegd om de gebruikers van de applicatie aanwijzingen te geven voor zover hier privacyaspecten aan de orde zijn.
**5..** De privacybeheerder draagt zorg voor de jaarlijkse publicatie van het recht op verstrekkingsbeperking, zoals voorgeschreven in artikel 3.21 van de Wet.
Hoofdstuk 8
Artikel 39