Voor het saldo- en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
De gemeente streeft naar concentratie van de overtollige liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities.
Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, uit hoofde van uitoefening van de publieke taak, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 – de kasgeldlimiet niet overschreden.
Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6, lid 1 genoemde tegenpartijen toegestaan;
De gemeente heeft een rekening-courant overeenkomst afgesloten met de verschillende banken.
De gemeente streeft naar een uiterste betalingstermijn van 30 dagen. Hierbij wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de betalingsvoorwaarden van de leverancier.
Delegatie en mandaat, administratieve organisatie en interne controle
Artikel 13.