In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het
gebied van administratieve organisatie en interne controle.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd (zie bijlage 1).
De door het college verstrekte mandaten worden vastgelegd in een mandaatregister welke jaarlijks wordt geactualiseerd. Voor het onderdeel treasury is het verstrekte mandaat als bijlage bij dit statuut gevoegd.
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd;
de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.
Tegenpartijen wordt gevraagd bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties.
Een medewerker van de financiële administratie is verantwoordelijk voor de administratieve vastlegging en afhandeling van de transacties. Alle relevante gegevens en originele documenten worden bewaard in het archief van de financiële administratie. De treasurer ontvangt afschriften van op een transactie betrekking hebbende documenten ten behoeve van het treasurydossier.
Bij afwezigheid van medewerkers treedt een vervangingsregeling in werking om de voortgang van de werkzaamheden te garanderen. In deze regeling wordt het principe van de bovenstaande functiescheiding gehandhaafd.
Artikel 15.