**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
boom: een houtig opgaand gewas met een stamomtrek van minimaal 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam;
houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge de wet Natuurbescherming;
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
Groene Kaart: topografische kaart met daarop aangegeven de waardevolle bomen (met bijbehorende lijst), landschapselementen en gebieden gecategoriseerd naar beschermingsorde;
vellen: in deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.