Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die niet geagendeerd zijn.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor 12.00 uur op de dag van de raadsvergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
De voorzitter geeft na de opening van de vergadering en de vaststelling van de agenda het woord aan degenen die het woord willen voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding.
Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de raadsleden toestaan aan een inspreker een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en raadsleden.
De voorzitter of een raadslid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
Hoofdstuk 2
Artikel 22
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad (8.21a)