Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is toehoorders en vertegenwoordigers van de pers verboden.
De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de raadsvergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.
De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de raadsvergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de raadsvergadering te ontzeggen.
Hoofdstuk 4
Artikel 26
Toehoorders en pers
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad (8.21a)