Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 18.

Bijdrage in de kosten

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2019

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: a. voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning; b. voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een pgb. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig de bedragen en percentages van het landelijk Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De kostprijs van een maatwerkvoorziening is: a. de huurprijs die het college verschuldigd is aan de aanbieder inclusief de eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten; b. de koopprijs die het college verschuldigd is aan de aanbieder (al dan niet naar rato in verband met de economische afschrijvingstermijn (genoemd in artikel 11 eerste lid onder i van deze verordening) inclusief onderhoudskosten; c. voor diensten, niet zijnde beschermd wonen of opvang, het tarief welke het college verschuldigd is aan de aanbieder, behoudens de hiervan uitgezonderde diensten: - voor Begeleiding wordt de bijdrage berekend over een bedrag van €15,- per uur; - voor Dagactiviteit wordt de bijdrage berekend over een bedrag van €15,- per dagdeel; - voor Kortdurend Verblijf wordt de bijdrage berekend over een bedrag van €15,- per etmaal. d. de kostprijs van een pgb en gelijk aan het bedrag van het pgb in de betreffende budgetperiode. De bijdrage voor het collectief vraagafhankelijk vervoer is opgebouwd uit een opstaptarief en een zone- of kilometertarief waarbij het tarief van het regulier openbaar vervoer niet wordt overschreden. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste maximaal € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. Als een maatwerkvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: b. de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en c. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4 zevende lid van de wet, worden de bijdragen in de kosten voor een maatwerkvoorziening door het CAK vastgesteld en geïnd. De hoogte van de bijdrage voor een algemene voorziening wordt bepaald aan de hand van en tot maximaal de kostprijs van de voorziening. De bijdrage voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt door de centrumgemeente vastgesteld en geïnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel