1. Vergunningen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 26,
tweede lid, blijven – indien en voor zover het gebod of het verbod
waarop de vergunning betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening
en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht
tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij
worden ingetrokken en worden beschouwd als een aanwijzing bedoeld in
artikel 2 van deze verordening.
2. Ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 26,
tweede lid, blijven – indien en voor zover het gebod of het verbod
waarop de ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening
en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht
tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij
worden ingetrokken en worden beschouwd als een ontheffing als bedoeld in
deze verordening.
3. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening
bedoeld in artikel 26, tweede lid, blijven - indien en voor zover de
bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn
opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
eerder zijn vervallen of ingetrokken – van kracht tot de termijn
waarvoor zij zijn opgelegd is verstreken of totdat zij worden
ingetrokken.
4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
een aanvraag om een vergunning op grond van de verordening bedoeld in
artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing,
als bedoeld in artikel 2 van deze verordening.
5. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening bedoeld in
artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is
beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing,
als bedoeld in deze verordening.
6. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning
of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of
beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld
in artikel 26, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende
beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld
in artikel 26, tweede lid.
7. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid
heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening
genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de
rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is
in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of
ingetrokken.
Hoofdstuk 6
Artikel 27
Overgangsbepaling
Onderdeel van Afvalstoffenverordening van de gemeente Katwijk