Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.8

Overige regels over het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2019

1. De wijze van berekenen van de hoogte van de pgb tarieven is vastgelegd in de Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2018. De exacte tarieven 2019 staan vermeld in bijlage 1 van dit Besluit. 2. De verantwoording van een eenmalig persoonsgebonden budget wordt afgelegd aan de gemeente Oude IJsselstreek. 3. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het College vindt plaats met tussenkomst van de Sociale Verzekeringsbank die belast is met de uitvoering en uitbetaling van de persoonsgebonden budgetten. 4. Verstrekking van het persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien tijdens het onderzoek duidelijk is geworden dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget. 5. Indien het recht op het persoonsgebonden budget vervalt dan wordt het persoonsgebonden budget toegerekend aan de periode waarover het recht bestond. Wanneer blijkt dat er te veel persoonsgebonden budget is verstrekt wordt dit teruggevorderd. 6. De periode waarvoor een persoonsgebonden budget (voor aanschaf en onderhoud) voor een maatwerkvoorziening, of een financiële tegemoetkoming tenminste wordt toegekend, bedraagt voor: a. een scootmobiel: zeven jaar; b. een rolstoel: vijf of zeven jaar, afhankelijk van het type voorziening; c. een tillift: zeven jaar; d. een badlift: vijf jaar; e. douche- en toilethulpmiddelen: vijf jaar f. sportrolstoel: drie jaar g. traplift: zeven jaar h. driewielfiets: zeven jaar i. voor overige voorzieningen afhankelijk van de technische levensduur van de voorziening. Indien met het pgb een maatwerkvoorziening tweedehands wordt aangeschaft, dan wordt ten minste de resterende afschrijvingstermijn gehanteerd in plaats van de termijnen genoemd in 2.8, vijfde lid.

Rechtspraak bij dit artikel