Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Kaders en uitgangspunten begroting

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Wageningen 2019

1 . Behoudens de uitzondering in artikel 2 lid 2 biedt het college jaarlijks in mei de kadernota aan de raad aan. De kadernota bevat de belangrijkste in- en externe ontwikkelingen die op de gemeente afkomen in het lopende jaar en in de 4 daaropvolgende jaren en de wijze waarop daar naar de mening van het college het beste kan worden ingespeeld. De raad stelt op basis van de kadernota de beleidsmatige en financiële kaders vast voor de begroting van het volgende jaar. Met de vaststelling van de kadernota is de begroting voor het lopende jaar en de 4 daaropvolgende jaren dienovereenkomstig gewijzigd. 2 . Het college biedt in een verkiezingsjaar geen kadernota aan de raad aan, maar een rapportage over de lopende begroting. 3 . Voor de wettelijk verplichte post onvoorzien in de begroting wordt uitgegaan van een bedrag van € 0,50 per inwoner, afgerond op € 1.000. 4 Voor de indexering van de materiële kosten wordt in de begroting uitgegaan van de prijsontwikkeling van de netto materiële overheidsconsumptie van het Centraal Planbureau (CPB). 5 . Voor de indexering van de personele kosten wordt in de begroting uitgegaan van de ontwikkeling conform de CAO of een inschatting daarvan. 6 . Voor de financiering van de gemeentelijke investeringen wordt de omslagrente gehanteerd. Het percentage van de omslagrente wordt bepaald door de werkelijk aan de exploitatie toe te rekenen rentelasten te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel