Het is verboden te vellen of te doen vellen;
Monumentale houtopstanden;
Waardevolle houtopstanden;
houtopstanden in Laanstructuren.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor velling van de in het eerste lid bedoelde houtopstanden verlenen, dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag;
het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vorm- en knotbomen;
periodiek regulier onderhoud Laanstructuren;
houtopstanden die zijn aangelegd in het kader van ‘Limburgs Erf’.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
fruitbomen mits geen hoogstamfruitbomen;
windschermen om in werking zijnde boomgaarden;
naaldbomen, niet ouder dan 20 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen;
kweekgoed;
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij:
ten minste eens per 10 jaar worden geoogst;
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 m, en
zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Buiten de bebouwde kom geldt het in het eerste lid gestelde verbod verder niet voor houtopstanden buiten erven en tuinen, mits staand in een zelfstandige eenheid van:
meer dan 10 are of;
rijbeplanting van meer dan 20 houtopstanden gerekend over het totaal aantal rijen.
Knotpopulieren, knotwilgen en hoogstamfruitbomen vallen niet onder de vrijstelling van het vijfde lid.
Het bevoegd gezag kan, indien een houtopstand direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen, direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.