Het is verboden, onverminderd het gestelde in artikel 3 eerste lid, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen. Het gaat om de volgende houtopstanden:
houtopstand aangeplant op grond van artikel 10 en 11;
houtopstand aangelegd op grond van een overeenkomst met een publieksrechtelijk bestuursorgaan;
Landschapselementen die staan in Gemeentelijke structuren;
overige bomen in eigendom van de gemeente, met een stamdiameter van minimaal 40 cm gemeten op 1 m hoogte boven het maaiveld;
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag;
periodiek regulier onderhoud aan Landschapselementen;
het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijkebeheermaatregel bij vorm- en knotbomen;
velling van houtopstanden in eigendom van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of Stichting Het Limburgs Landschap, mits in opdracht van deze organisaties;
dunning op basis van een beheerplan van houtopstanden in gemeentelijk eigendom die staan buiten de bebouwde kom;
houtopstand waar voor velling een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder b. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist;
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:
fruitbomen mits geen hoogstamfruitbomen;
windschermen om in werking zijnde boomgaarden;
naaldbomen, niet ouder dan 20 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen;
kweekgoed;
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij:
ten minste eens per 10 jaar worden geoogst;
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 m, en
zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Buiten de bebouwde kom geldt het in het eerste lid gestelde verbod verder niet voor houtopstanden buiten erven en tuinen, mits staand in een zelfstandige eenheid van:
meer dan 10 are of;
rijbeplanting van meer dan 20 houtopstanden gerekend over het totaal aantal rijen.
Knotpopulieren, knotwilgen en hoogstamfruitbomen vallen niet onder de vrijstelling van het vierde lid.
Het bevoegd gezag kan indien een houtopstand direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen, direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.