**1..** De raad benoemt een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter uit de leden van de commissie.
**2..** De raad stelt een functieprofiel vast voor de voorzitter.
**3..** Alvorens de voorzitter de functie kan uitoefenen leggen zij in een vergadering van de raad de eed of belofte af, conform artikel 14 van de wet.
**4..** De voorzitter legt aan de raad jaarlijks een lijst over met daarin de hoofd- en nevenfuncties die op dat moment vervuld worden.
**5..** De voorzitter draagt zorg voor het leiden van de onderzoeken van de commissie, het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze, het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming, een optimale communicatie en de inhoudelijke aansturing van de secretaris.
**6..** Bij ontstentenis van de voorzitter treedt de plaatsvervangend voorzitter op als voorzitter.
Hoofdstuk 2
Artikel 4