Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2.

Hoogte van het pgb en begroting

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Hilvarenbeek 2019

Het college stelt de hoogte van het pgb vast op basis van de door de cliënt ingediende begroting voor de benodigde ondersteuning, voor zover dit blijft binnen de grenzen van de maximale pgb-tarieven, zoals genoemd in deze paragraaf voor de betreffende vorm van ondersteuning. Het college houdt bij de vaststelling van de hoogte van het pgb rekening met de omstandigheid of er sprake is van professionele ondersteuning of ondersteuning in het informele circuit. De kostprijs van een persoonsgebonden budget voor een individuele voorziening en een niet-materiële maatwerkvoorziening (dienstverlening) richt zich naar de kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura waarbij de volgende differentiatie wordt toegepast: Een geregistreerde (zorg)organisatie/instelling en zzp 90% Informele zorg 50% Het college stelt nadere criteria op om te bepalen of er sprake is van professionele ondersteuning door een organisatie of zelfstandige zonder personeel, waarbij het college waar mogelijk aansluit bij de kwaliteitscriteria die worden gesteld aan aanbieders. Voor zover de cliënt door de verstrekking van een pgb kosten bespaart voor een in zijn situatie algemeen gebruikelijk te achten product, kan het college besluiten die kosten in mindering te brengen op het pgb. Het college kan regels stellen, omtrent de mogelijkheid om per jaar in de begroting een bedrag op te nemen dat niet bestemd is voor salariskosten, maar voor andersoortige kosten in relatie tot de dienstverlener. Dit kan dan alleen bij een pgb voor dienstverlening.

Rechtspraak bij dit artikel