Een ontvanger van een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening of de ouder van een betrokken jeugdige doet onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening of individuele voorziening.
Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening herzien of intrekken indien het college vaststelt dat:
de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening, individuele voorziening of het pgb is aangewezen;
de maatwerkvoorziening, individuele voorziening of pgb niet meer toereikend is te achten;
de cliënt niet voldoet aan de maatwerkvoorziening, individuele voorziening of pgb verbonden voorwaarden; of
de cliënt de maatwerkvoorziening, individuele voorziening of pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd.
Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Indien het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens, en in geval van een maatwerkvoorziening opzettelijk, heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die deze onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft:
geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte verstrekte individuele voorziening of maatwerkvoorziening; of
de cliënt verplichten de maatwerkvoorziening in te leveren;
het ten onrechte ontvangen pgb terugvorderen.
Een pgb wordt geacht niet te zijn besteed voor het doel waarvoor het is bestemd, als blijkt dat het pgb niet binnen een redelijke termijn na het beschikbaar zijn van het budget is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Het genoemde in lid 1 tot en met 5 is overeenkomstig van toepassing op voorzieningen verstrekt op basis van artikel 3.1.2 lid 3 en artikel 3.1.4 lid 2 van deze verordening.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.2.
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Hilvarenbeek 2019