De uiteenzetting van de financiële positie bevat:
Een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen;
Een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU-saldo te kunnen berekenen, en
Het EMU-saldo over het vorige begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar.
Afzonderlijke aandacht wordt ten minste besteed aan:
De jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume;
De investeringen; onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut;
De financiering;
De stand en het verloop van de reserves;
De stand en het verloop van de voorzieningen.