Naar hoofdinhoud
Begripsbepalingen: In de beleidsregels wordt verstaan onder: elektrische voertuigen: alle voertuigen die op de openbare weg mogen rijden, geheel of gedeeltelijk op elektriciteit kunnen rijden en voorzien zijn van een stekker om op te laden; oplaadinfrastructuur: het geheel van oplaadpalen, aansluitingen op het elektriciteitsnet en andere voorzieningen in de openbare ruimte op of aan de weg bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen; oplaadpaal: een oplaadobject in de vorm van een paal met tenminste één aansluiting en de mogelijkheid voor twee of meer aansluitingen voor het gelijktijdig opladen van elektrische voertuigen; MRA-e: het samenwerkingsverband van verschillende publieke partijen met als doel het stimuleren van elektrisch vervoer door middel van Elektrische Voertuigen in de Deelnemende gemeenten, vertegenwoordigd door Gedeputeerde Staten van provincie Noord-Holland. Binnen de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht werkt een aantal publieke partijen, zoals gemeenten en provincies, met elkaar samen om het elektrisch vervoer d.m.v. elektrische voertuigen in de gemeente te stimuleren. De samenwerking staat bekend als Metropool Regio Amsterdam – elektrisch (MRA-e). De collectieve uitvoering van activiteiten is een kernpunt van MRA-e. De MRA-e besteedt de aanleg, het beheer en de exploitatie van oplaadpalen gedurende een bepaalde periode bij gemeenten uit de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht aan; concessie: concessie voor openbare laaddiensten voor elektrisch vervoer door het projectteam MRA-e; concessieovereenkomst: Met de door middel van aanbestedingen geselecteerde partij heeft de MRA-e een overeenkomst inzake de plaatsing, het beheer en de exploitatie van oplaadpalen gesloten. Deze overeenkomst bepaalt onder meer dat de geselecteerde partij op verzoek van de Gemeente dergelijk oplaadpalen zal plaatsen, beheren en exploiteren; beheerder: een partij die op grond van een aanbesteding een overeenkomst met MRA-e heeft gesloten inzake plaatsing, beheer en exploitatie van oplaadpalen; gebruiker: een bedrijf en/of organisatie dat/die gevestigd is in de gemeente Dronten en eigenaar en/of bezitter is van één of meerdere elektrische voertuigen of een of meerdere werknemers in dienst heeft die beschikt/beschikken over een elektrisch voertuig; een particulier die eigenaar en/of houder is van een elektrisch voertuig en woonachtig en/of werkzaam is in de gemeente Dronten; een bezoeker die eigenaar of houder is van een elektrisch voertuig; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten; de gemeente: gemeente Dronten; plankaart: een kaart waarop potentiële locaties voor oplaadpalen met bijbehorende parkeerplekken voor het elektrisch laden zijn aangegeven; laadpas: een pas, benodigd voor het gebruik van de laadpaal, gebaseerd op de landelijke afspraken op het gebied van interoperabiliteit; interoperabiliteit: de mogelijkheid om met een laadpas van verschillende service providers gebruikte maken van een laadpaal van verschillende aanbieders van oplaadinfrastructuur; service provider: aanbieder van laaddiensten aan gebruikers, zoals de uitgifte van laadpassen. Aanvraag vergunning en verkeersbesluit Het college neemt alleen aanvragen ingediend door de MRA-e in behandeling voor een vergunning voor het plaatsen van een of meerdere laadpalen en/of oplaadinfrastructuur op of aan de openbare weg en het verzoek tot het nemen van een verkeersbesluit, waarbij een of meerdere parkeerplaatsen worden aangewezen. Aanvraag locatie oplaadpaal/-infrastructuur De locatie van de oplaadpaal wordt met gebruikmaking van de plankaart afgestemd met de gemeente vooraf aan de aanvraag. Het college verlangt bij een aanvraag voor een voorgestelde locatie voor het plaatsen van een oplaadpalen/of andere oplaadinfrastructuur in ieder geval een foto en tekening van de betreffende locatie, waarop de exacte plek van de gewenste oplaadpaal en/of infrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en) zijn aangewezen. Behoeftebepaling oplaadpaal/-infrastructuur Het college verlangt van de MRA-e dat zij aantoont dat er op de aangevraagde locatie daadwerkelijk behoefte bestaat bij gebruikers aan een oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur op of aan de openbare weg. Dit betekent dat: de aanvrager woont in de gemeente of werkt (minimaal 18 uur per week) in de gemeente en; de aanvrager rijdt of een elektrische auto gaat rijden die volgens de technische specificaties van de fabrikant minimaal 45 km volledig elektrisch kan rijden en; de aanvrager voor het parkeren van zijn of haar elektrische auto afhankelijk is van een publieke parkeerplaats op straat. Geen medewerking oplaadpalen Het college verleent geen medewerking aan het realiseren van de gevraagde oplaadinfrastructuur, in de volgende gevallen: wanneer potentiële gebruikers mogelijkheden hebben om hun elektrische voertuig(en) op eigenterrein of semi publiek terrein te (laten) parkeren en op te laden; indien binnen een straal van hemelsbreed 250 meter van de aangevraagde locatie al een openbare oplaadpaal zich bevindt, tenzij aantoonbaar meer laadbehoefte is dan de bestaande oplaadpaal aan kan; geen medewerking wordt verleend aan een Verlengd Private Aansluiting van een oplaadpaal met kabel in de grond. (Dit is een oplaadpunt dat geplaatst is in de openbare ruimte en gevoed wordt door een kabel die wordt aangesloten ‘achter’ de elektriciteitsmeter van een woonhuis of een bedrijfspand). Definitieve locatie openbare oplaadpaal Het college bepaalt in overleg met de MRA-e de definitieve locatie van de oplaadpaal in de openbare ruimte en de aan te wijzen parkeerplaats(en). Het college toetst hierbij aan de volgende locatievoorwaarden: het woon en/of werkadres van de potentiele gebruiker(s); of er op de geldende plankaart een laadlocatie aan te wijzen is binnen een straal van 250 meter van het woon en/ of werkadres; indien er meerdere laadlocaties op de plankaart binnen een hemelsbrede straal van 250 meter van het woon en/of werkadres ligt kan de gemeente kiezen welke locatie het wordt. Bij voorkeur wordt de locatie waar de grootste toekomstige vraag is geprognotiseerd aangewezen als te realiseren locatie; de gemeente kan besluiten geen toestemming te verlenen op een aanvraag wanneer er al een openbare laadlocatie is gerealiseerd binnen 250 meter hemelsbrede afstand van de aanvrager; indien er binnen een hemelsbrede straal van 250 meter van de aanvrager geen mogelijke laadlocatie op de plankaart is aangewezen, zal de plankaart worden uitgebreid aan de hand van de plaatsingscriteria vastgelegd in de notitie Visie op Laadinfra 2018. of de locatie van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur voldoende vindbaar en zichtbaar is; of het aannemelijk is dat de locatie door meerdere gebruikers gedeeld kan worden (dit om te voorkomen dat er “privé-parkeerplaatsen” gecreëerd worden); of de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur kan worden voorzien van twee of meer aansluitpunten en of – eventueel op termijn – twee of meer parkeerplaatsen kunnen worden bediend; of de parkeerdruk dit toe laat of het een bestaand parkeervak / bestaande parkeervakken betreft; of de doorgang voor ander verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel etc.) gewaarborgd blijft; of er geen belemmeringen ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen zijn; of er aansluiting op het ondergrondse elektriciteitsnet mogelijk is; of er sprake is van geplande reconstructies of andere infrastructurele ontwikkelingen. of de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur in het straatbeeld past. De oplaadpaal mag niet gebruikt worden voor reclamedoeleinden, met uitzondering van de naamsvermelding van de beheerder. Aantal parkeerplaatsen per oplaadpaal In beginsel wordt er bij een nieuw te realiseren oplaadpaal twee parkeerplaatsen aangewezen die geschikt zijn voor het opladen van elektrische voertuigen. Afhankelijk van het effectief gebruik van de oplaadpaal of aan de hand van nieuwe verzoeken van potentiele gebruikers kan de MRA-e aantonen dat er behoefte bestaat om de tweede parkeerplaats met bebording aan te duiden. Volgorde besluitvorming Het college verleent alleen vergunning ex artikel 2:10 APV nadat het verkeersbesluit tot aanwijzing van de benodigde parkeerplaats(en) onherroepelijk is geworden. Nadat een locatie akkoord is bevonden en het verkeersbesluit onherroepelijk is geworden kan de oplaadpaal pas worden geplaatst. Plaatsing en beheer oplaadpaal De beheerder is verantwoordelijk voor de realisatie, beheer, onderhoud en exploitatie van de oplaadpaal en neemt alle kosten hiervoor voor zijn rekening. De kosten ter eventuele noodzakelijke bescherming van de oplaadpaal (hekjes, biggenruggen e.d.) zijn ook voorrekening van de beheerder. Inrichting en beheer parkeerplaatsen De kosten voor het nemen van een verkeersbesluit en de kosten voor het eventueel plaatsen van markering op de aangewezen parkeerplaats(en) zijn voor de gemeente. Bereikbaarheid beheerder De beheerder is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar voor gebruikers, hulpdiensten en gemeenten in het geval van vragen, storingen en calamiteiten. Het telefoonnummer van de storingsdienst en van de helpdesk zijn vermeld op de oplaadpaal. Openbaarheid oplaadpaal De oplaadpaal is 24 uur per dag en 7 dagen per week openbaar toegankelijk, in die zin dat deze voor iedereen te gebruiken is voor het opladen van zijn / haar elektrische voertuig. De beheerder zorgt voor zoveel mogelijk actuele informatie richting gebruikers over de aanwezigheid en beschikbaarheid van de oplaadpaal. Interoperabiliteit Het oplaadpunt is interoperabel conform de landelijke en internationale afspraken, waaronder de uitwisselbaarheid van laadpassen en het gebruik van standaard stekkers. Groene stroom Om te bewerkstelligen dat elektrisch vervoertuigen ook aan de bron geen CO2-uitstoot veroorzaken, mag de beheerder van de oplaadpalen alleen gegarandeerd groene stroom laten leveren. Veiligheid De oplaadpaal voldoet aan alle daaraan gestelde (nationale en internationale) veiligheidseisen. Aansprakelijkheid De beheerder is aansprakelijk voor alle schade die door het gebruik van de oplaadpaal of anderszins aan derden wordt veroorzaakt. De gemeente is op geen enkele manier aansprakelijk voor eventuele schade die door de oplaadpaal is veroorzaakt. De beheerder vrijwaart hiervoor de gemeente. De beheerder verzekert zich voor eventuele schade voor minimaal een bedrag van € 1.000.000,- per gebeurtenis. Betaald parkeren/vergunninghouders/blauwe zone Het college hanteert in gebieden waar vergunninghoudersparkeren is ingevoerd of waar een maximale parkeerduur (blauwe zone) of enige andere restrictie geldt, deze restrictie onverminderd ook voor de bestuurders van elektrische voertuigen. Uitsluitend laden op de parkeerplaats en handhaving Het college ziet toe op het juiste gebruik van de aangewezen parkeerplaats(en) en kan indien nodig handhavend optreden. Het juiste gebruik is: als een elektrische voertuig met de kabel is aangesloten op de oplaadpaal. Daarnaast wordt ook regulier gehandhaafd op het fiscaal regime, parkeervergunning en andere restricties die voor alle bestuurders van motorvoertuigen gelden. Intrekken / wijzigen van vergunning en verkeersbesluit Het college trekt de vergunning in indien de beheerder van de oplaadpaal zich niet houdt aan de voorschriften verbonden aan de vergunning. Het college kan in dat geval ook het verkeersbesluit, waarbij de parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen zijn aangewezen, intrekken. Het college trekt de vergunning en/of het verkeersbesluit tevens in, wanneer er in de praktijk niet of nauwelijks gebruik wordt gemaakt van de oplaadpaal. Het is niet gewenst dat daardoor een of meerdere parkeerplaatsen (nagenoeg) geheel onbenut blijven. In deze gevallen heeft de beheerder het recht en de plicht de oplaadpaal binnen een door het college aan te geven termijn te verwijderen. De hiermee samenhangende kosten zijn voor rekening van de beheerder. Het college kan de vergunning ook wijzigen of intrekken, indien er een wegreconstructie plaats vindt als gevolg waarvan de aangewezen parkeerplaatsen zullen verdwijnen. In dat geval zal de gemeente samen met de beheerder bezien of er een alternatieve locatie voor een oplaadpaal met bijbehorende parkeerplaats(en) in de directe nabijheid mogelijk is. Kosten tussentijds verplaatsen of verwijderen oplaadpalen De kosten voor het verwijderen of verplaatsen van een oplaadpaal worden gedragen door de initiatiefnemer – hetzij de gemeente, hetzij de MRA-e – tenzij daarover nadere afspraken worden gemaakt. Informatie over gebruik oplaadinfrastructuur Het college kan de beheerder van een oplaadpaal verzoeken om inzicht in het feitelijke gebruik hiervan. De beheerder dient het inzicht op verzoek te verstrekken. Bijzondere omstandigheden Het college beseft dat de ontwikkelingen op het gebied van elektrisch rijden en laadinfrastructuur nieuw en nog volop in ontwikkeling zijn. Met deze beleidsregels wil het college duidelijkheid verschaffen over de voorwaarden die van toepassing zijn op het realiseren van oplaadpalen in de gemeente. In specifieke, bijzondere of onvoorziene omstandigheden kan het college besluiten van deze beleidsregels af te wijken. Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking met ingang op de dag na bekendmaking. Met inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt ieder voorgaand beleid ten aanzien van dit onderwerp ingetrokken. Citeertitel De beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels openbare oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Dronten 2019’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel