1. Het begrotingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
a. Het dagelijks bestuur zendt, conform de bepalingen van artikel 35, lid 1, Wgr, de gehele ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk acht weken voordat zij door het algemeen bestuur wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Daarin wordt de deelbegroting voor de regionale jeugdhulptaken apart zichtbaar gemaakt.
b. De bestuurscommissie jeugd, die de ontwerp(deel-)begroting voor de regionale jeugdhulptaken opstelt, zendt deze toe aan het dagelijks bestuur, voorafgaand aan de termijn genoemd in lid 1a.
c. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de totale ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, voordat deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
2. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de begroting voor het komende kalenderjaar vast.
3. De begroting gaat vergezeld van een duidelijke toelichting en van een meerjarenraming voor het betreffende begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren.
4. De begroting vermeldt de door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het begrotingsjaar.
5. Het algemeen bestuur neemt in de begroting van Regio Hart van Brabant de begroting op van Midpoint Brabant ter bepaling van de hoogte van de overheidsbijdrage aan deze stichting.
6. Het algemeen bestuur, maakt ter realisatie van artikel 22, lid 5, afspraken met het bestuur van Midpoint Brabant over tijdige aanlevering aan Regio Hart van Brabant van een door het stichtingsbestuur vastgestelde eigen begroting van Midpoint Brabant.
7. Na de vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken nadat het algemeen bestuur de begroting heeft vastgesteld, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan gedeputeerde staten.