In deze regeling wordt verstaan onder:
a. gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
b. bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
c. college: het college van B&W van de gemeente Tilburg;
d. dakconstructie: samenstelling van balken (hout of staal), regels en bebording of betonnen plaat, die sterk genoeg is om de dakbedekking van een gebouw te dragen en de wind-/regen-/ en sneeuwbelasting op te vangen. De dakconstructie moet zodanig zijn dat deze beloopbaar is voor onderhoud en inspectie;
e. dakgroen: dak, met een vegetatiepakket, dat is opgebouwd uit een wortelwerende laag, een drainagelaag, een substraat laag en een vegetatielaag met droogteresistente soorten.
f. gevelgroen grootschalig gevelgroen, dat met een aparte constructie tegen de gevel is bevestigd, al dan niet grondgebonden
g. woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw als bedoeld in de Woningwet dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;
h. woonboot: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet en dat uit hoofde van zijn feitelijke bestemming of gebruik plaatsgebonden is;
i. subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht;
j. monument: een onroerend zaak die is opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in de Monumentenwet 1988, dan wel een onroerende zaak die is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst zoals bedoeld in de vigerende monumentenverordening;
k. grote biodiversiteit : verscheidenheid van sedum, kruiden, grassen en heesters met een bloeiperiode van minimaal 5 maanden
Subsidiabele activiteit