Naar hoofdinhoud
1.. Voor een commissielid, niet zijnde raadslid of de leden en de voorzitter van de Welstandscommissie, die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van een commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken wordt, overeenkomstig artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, de vergoeding bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vastgesteld op € 140,--. 2.. Voor een commissielid, niet zijnde raadslid of de leden en de voorzitter van de Welstandscommissie, ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid wordt de vergoeding bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vastgesteld op € 230,--. 3.. Voor de leden of de voorzitter van de Welstandscommissie, niet zijnde raadslid, wordt de vergoeding bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vastgesteld op het periodiek door de BNA geadviseerde uurtarief voor architecten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel