Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 16

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Bronckhorst 2010

1. Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezigen dan de leden, wethouders, griffier en secretaris gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over niet-geagendeerde onderwerpen. 2. Het spreekrecht voor andere aanwezigen geldt niet voor de volgende onderwerpen: een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur; een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur of het advies van een adviescommissie bezwaarschriften ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een klacht zoals bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. de ingekomen stukken. 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit bij voorkeur 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, adres en zijn telefoonnummer. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel over de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel