Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK › Paragraaf

Artikel 26

- Spreekregels

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2019

De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter. De voorzitter kan, al of niet op verzoek van een lid, bepalen dat een lid of de leden vanaf het spreekgestoelte spreken. Men voert slechts het woord nadat verlof van de voorzitter is verkregen. Alvorens de beraadslaging in eerste of tweede instantie over een onderwerp wordt geopend, stelt de voorzitter de leden en de overige aanwezigen in de gelegenheid zich aan te melden om het woord te voeren. De voorzitter verleent de sprekers het woord in de volgorde waarin zij zich hebben aangemeld. De voorzitter kan het woord verlenen aan de leden en overige aanwezigen die zich niet hebben gemeld overeenkomstig het derde lid, hetgeen voor wat betreft de leden in mindering wordt gebracht op de aan hun fracties volgens artikel 25 toegekende spreektijd. Van de in het derde lid bedoelde volgorde kan worden afgeweken wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijke omstandigheid die zijn optreden beïnvloedt of om een voorstel van orde in te dienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel