Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord.
Interrupties zijn evenwel toegestaan, tenzij de voorzitter beslist dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal afronden. De voorzitter kan de met de interruptie gemoeide tijd in mindering brengen op de spreektijd van de fractie van het interrumperende lid.
Indien een spreker zich beledigende, discriminerende of anderszins onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
HOOFDSTUK › Paragraaf
Artikel 30
- Interrupties; onbetamelijke uitdrukkingen
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2019