De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien door geen lid stemming wordt verlangd en ook de voorzitter dit niet verlangt, is het voorstel zonder hoofdelijke stemming aangenomen.
Een lid kan na de stemming een korte stemverklaring afleggen. De voorzitter kan toelaten dat een korte stemverklaring wordt afgelegd voorafgaande aan de stemming, na sluiting van de beraadslaging.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst van de vergadering vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd.
Indien stemming wordt gevraagd kan de stemming worden gehouden door handopsteken of met gebruikmaking van elektronische stemapparatuur.
Indien door een of meer leden dan wel de voorzitter hoofdelijke stemming wordt verlangd, wordt onmiddellijk daartoe overgegaan.
De hoofdelijke stemming heeft plaats naar de volgorde van de presentielijst, beginnende bij het lid dat direct na de opening der vergadering, door trekking van een nummer van de presentielijst door de voorzitter, daartoe is aangewezen. Wanneer de voorzitter tevens lid is van de raad stemt hij of zij als laatste. De leden brengen hun stem uit door het woord "voor" of "tegen" uit te spreken, zonder enige toevoeging.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft of, wanneer hij het laatst opgeroepen lid is, voordat met het tellen van de stemmen is begonnen.
Ieder lid kan na stemming aantekening in het woordelijke verslag en besluitenlijst van de vergadering vragen dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist.
De voorzitter deelt na afloop van de stemming de uitslag mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
HOOFDSTUK
Artikel 43
- Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2019