**1..** Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
**2..** De hoogte van het pgb voor een roerende zaak wordt maximaal vastgesteld op:
het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud; of
het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende voorziening geen overeenkomst heeft gesloten.
**3..** Als de natura verstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met de kosten van onderhoud en verzekering.
**4..** Indien het op basis van het eerste en tweede lid vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht.
**5..** Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van het pgb.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 16.