WPO art. 4, lid 6: Bij de toepassing van het vijfde lid worden de afstanden gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg en wordt de keuze van de ouders, bedoeld in het derde lid, in acht genomen.
Artikel 1,van de verordening geeft een definitie van "afstand".
Beleidsregel
De afstand wordt gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.
De afstand wordt gemeten met de routeplanner van de ANWB, met de optie kortste route. Als de afstand tussen de woning en school korter is dan het voor de leerling geldende afstandscriterium ( zes kilometer), wordt er bij de beschikking op de aanvraag een uitdraai meegestuurd.
Als de afstand van de heenreis en de terugreis verschillend is, wordt bij het meten van de afstand niet uitgegaan van de gemiddelde afstand van de heenweg (’s morgens) en de terugweg (’s middags). Indien de reisafstand op de heenweg onder de in de verordening gestelde grens ligt doch de reisafstand op de terugweg daarboven of omgekeerd, dan wordt een gedeeltelijke bekostiging verstrekt: alleen de heen- of alleen de terugreis.
Leerling is jonger dan tien jaar
In artikel 10 is bepaald dat ouders van leerlingen van het primair onderwijs in aanmerking komen voor bekostiging van de vervoerskosten, als de afstand van de woning naar de school meer dan zes kilometer is. Als daarbij de leerling jonger dan tien jaar is, en de ouders op een voor het college kunnen aantonen dat het kind niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken, komen de ouders in aanmerking voor de bekostiging van de vervoerskosten voor een begeleider. Hierbij kan men denken aan de volgende situaties:
de leerling moet een of meerdere malen overstappen;
de route van het uitstappunt van de bus naar de school kent.
In dit verband is artikel 7 van belang. Indien de leerling op 1 augustus van het schooljaar tien jaar is, geldt voor het hele schooljaar dat de leerling als negen jaar wordt aangemerkt, ook al wordt de leerling in de loop van het schooljaar tien jaar.
VNG hanteert in haar modelverordening een grens van 9 jaar. Deze grens baseert de VNG op onderzoek (2001). Over het algemeen, zo bleek, kan een kind van negen jaar zonder begeleiding alleen met de fiets over straat.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1.