Er is onderscheid te maken in structurele en tijdelijke handicaps. De gemeente is alleen verantwoordelijk voor vervoer van structureel gehandicapte leerlingen.
Beleidsregel
Indien in de verordening gesproken wordt van een handicap, wordt een structurele handicap bedoeld. In het leerlingenvervoer kennen we geen tijdelijke handicap. De gemeente verzorgt geen vervoer om tijdelijke medische redenen, bijvoorbeeld als een leerling een gebroken been heeft. Ouders hebben hier zelf een verantwoordelijkheid in. In sommige gevallen vergoedt de ziektekostenverzekeraar een gedeelte.
Echter, het kan voorkomen dat een leerling een zware operatie moet ondergaan of een meervoudige ledematenbreuk heeft opgelopen, met als gevolg dat hij of zij een groot gedeelte van het schooljaar niet gebruik kan maken van het openbaar vervoer vanwege herstel of revalidatie. In dat geval kan een leerling eventueel wel een beroep doen op het leerlingenvervoer op basis van Hoofdstuk 2 en 3 van de verordening.
Daarbij hanteert de gemeente de volgende regel:
bij een tijdelijke handicap tot zes maanden bestaat geen aanspraak op leerlingenvervoer;
bij een tijdelijke handicap die langer duurt dan zes maanden bekijkt de gemeente of de leerling in aanmerking komt voor vervoer op basis van Hoofdstuk 2 en 3 van de verordening. De gemeente geeft een beschikking af voor de duur van het herstel en/of de revalidatie. Als de noodzaak voor het vervoer verdwijnt, heeft de leerling geen recht meer op leerlingenvervoer.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.2