**1..** In het besluit tot toekenning van een individuele voorziening dat op aanvraag of ambtshalve kan worden genomen, wordt in ieder geval vastgesteld:
welk de te treffen individuele voorziening is en het beoogde doel;
wat de te verwachten duur is en in geval van een persoonsgebonden budget de berekening van het budget (prijs, uren en termijn);
door welke (categorie) aanbieder(-s) de individuele voorziening kan worden geleverd;
aan wie en wanneer de voortgang en resultaten van de individuele voorziening gerapporteerd worden;
de verplichtingen die verbonden zijn aan de individuele voorziening;
op welke wijze er bezwaar kan worden gemaakt tegen het besluit.
**2..** Het besluit wordt binnen acht weken nadat de hulpvraag of ondersteuningsvraag is gesteld door de jeugdige en/of de ouder(-s) uitgereikt of toegestuurd aan de jeugdige en/of de ouder(-s). In het besluit of in een bijlage bij het besluit wordt omschreven welke doelen met de hulpverlening worden beoogd.
**3..** De aanspraak op een individuele voorziening ontstaat pas na de datum van het besluit tot toekenning daarvan of in het geval van spoedeisendheid als bedoeld in artikel 2.1, zevende lid, vanaf de datum van inzet van professionele interventie(-s) door de jeugdprofessional.
ARTIKEL 2.
Artikel 2.3.