Het college verstrekt aan de ouders van een leerling die niet ouder is dan 9 jaar en die voor het bezoeken van een school als bedoeld in artikel 9 lid 3, vanwege de afstand van meer dan 6 kilometer aangewezen is op openbaar vervoer met begeleiding, of eigen vervoer, een kilometervergoeding voor eigen vervoer op basis van het Reisbesluit Binnenland over de afstand vanaf de woning van de leerling naar de school via de kortste en voor de leerling veilig begaanbare weg, indien de kosten van openbaar vervoer op jaarbasis hoger zijn dan de vergoeding volgens het Reisbesluit Binnenland. Voor de uitvoering van deze bepaling kan het college een nadere regeling treffen.
Het college verstrekt aan de ouders van een leerling die ouder is dan 9 jaar en die voor het bezoeken van een school als bedoeld in artikel 9 lid 3, vanwege de afstand van meer dan 6 kilometer en vanwege zijn handicap aangewezen is op openbaar vervoer met begeleiding, of eigen vervoer, een kilometervergoeding voor eigen vervoer volgens het Reisbesluit Binnenland met inachtneming van het bepaalde in de navolgende artikelen.
Ingeval een vergoeding wordt verstrekt als bedoeld in lid 1, of een vergoeding wordt verstrekt voor eigen vervoer als bedoeld in lid 2, wordt géén vergoeding verstrekt voor begeleiding van de leerling.
Indien er meerdere leerlingen in het gezin naar dezelfde school gaan bestaat er slechts recht op één vergoeding, gebaseerd op het vervoer van één leerling, per gezin.
De toekenning van de vergoeding voor het vervoer van de leerling houdt tevens in dat aan de ouders impliciet toestemming wordt verleend om het vervoer van de leerling zelf uit te voeren dan wel met anderen afdoende te regelen.
Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisbesluit binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
Artikel 10.