**1..** Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9, eerste lid bezoekt, indien de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaar vervoer, eigen vervoer of vervoer per fiets gebruik te maken. Het college bepaalt bij nadere regels op welke wijze de noodzaak voor aangepast vervoer op basis van een handicap beoordeeld wordt.
**2..** Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt als bedoeld in artikel 9, eerste lid indien:
aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in de artikelen 11 en 12 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht;
Aanspraak bestaan op vergoeding als bedoeld in de artikelen 11 of 12 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van vervoer per fiets;
aanspraak bestaan op vergoeding als bedoeld in artikelen 11 en 12 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is.
**3..** Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten aan de ouders dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer. Het bepaalde in artikel 11, lid 5 is onverminderd van toepassing.
**4..** Ouders van leerlingen die een verzoek indienen om een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer, dienen gemotiveerd aan te geven waarom zij de leerling niet zelf kunnen vervoeren. Indien het verzoek niet of onvoldoende is gemotiveerd, dan wel indien vaststaat dat uitvoering van eigen vervoer in redelijkheid en billijkheid mogelijk is, geeft het college toepassing aan het bepaalde in artikel 10.
Artikel 14.