**1..** De houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die van toepassing zijn.
**2..** De houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van jonge kinderen.
**3..** De houder richt een administratie in waarin de volgende gegevens worden bijgehouden:
ondertekende overeenkomst tussen de ouders/verzorgers en de houder;
inkomensverklaringen van de ouder(s)/verzorgers en overige documenten op basis waarvan de toets niet-recht op kinderopvangtoeslag is uitgevoerd en de inschaling van de ouderbijdrage heeft plaatsgevonden;
naam, geboortedatum, woonplaats van het kind;
de startdatum en verwachtte einddatum van de peuterplaats of peuterplaats met VVE;
indien van toepassing de indicatiestelling van de peuter (op naam) door de GGD-JGZ
het aantal uren dat een peuter gebruikt heeft gemaakt van de peuterplaats of peuterplaats met VVE per maand;
het uurtarief en de ouderbijdrage;
bevestiging van de opzegging van ouders met datum en handtekening.
**4..** Houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de GGD Twente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door het college aangewezen instanties.
**5..** Houders zijn verplicht bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek doelgroeppeuters voorrang te geven.
**6..** De houder spant zich in om wachtlijstvorming te voorkomen en zoekt bij (dreigende) wachtlijsten samen met ouders en andere houders naar een plek op een van de andere peutergroepen.
**7..** De houder zet zich in om segregatie te voorkomen. Het aandeel doelgroeppeuters per groep mag niet groter zijn dan maximaal 6 peuters bij een maximale groepsgrote van 16 peuters, of 35% van het totaal aantal peuters.
Hoofdstuk 3
Artikel 11