Naar hoofdinhoud
1.. De houder rapporteert per kwartaal, uiterlijk voor 15 april, 15 juni, 15 oktober en 15 januari aan het college middels een door het college vastgesteld formulier per locatie over: het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats en waarvan de ouders kinderopvangtoeslag ontvangen; het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats met VVE en waarvan de ouders kinderopvangtoeslag ontvangen; het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats en waarvan de ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen; het aantal peuters dat gebruik maakt van een peuterplaats met VVE en waarvan de ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen; 2.. Indien blijkt dat het aantal geplaatste peuters meer dan 30% afwijkt van het in de beschikking vermelde aantal, kan een heroverweging van de subsidie plaatsvinden. De houder informeert het college zodra deze de afwijking voorziet. Mocht de heroverweging leiden tot een wijziging van de subsidieverlening, dan ontvangt de houder een gewijzigd besluit.

Rechtspraak bij dit artikel