Bij het aangaan van een verbonden partij dient rekening gehouden te worden met een juridisch kader. Belangrijk hierbij zijn de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Onderstaand worden de relevante artikelen van deze wet- en regelgeving kort toegelicht.
Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr):
De Wgr biedt een kader voor het aangaan van samenwerkingsverbanden tussen decentrale overheden: publiekrechtelijke samenwerking. De wet bepaalt dat gemeenteraden, de colleges van B&W en de burgemeesters van twee of meer gemeenten, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling kunnen treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten 5 Wgr, hoofdstuk 1, afdeling 1, art. 1, lid 1. Voor de colleges van B&W en de burgemeesters geldt aanvullend dat zij niet overgaan tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden 6 Wgr, hoofdstuk 1, afdeling 1, art. 1, lid 2. Die toestemming kan echter slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. De wet beschrijft daarnaast de verschillende mogelijkheden op het gebied van samenwerking, de vorm die deze samenwerking kan aannemen, de bevoegdheden die worden overgedragen en de controle daarop. De Wgr kent bepalingen, die recht doen aan het democratisch primaat van de gemeenteraden.
Gemeentewet:
De Gemeentewet legt de primaire verantwoordelijkheid inzake het aangaan van privaatrechtelijke samenwerking nog nadrukkelijker bij de colleges. De wet geeft aan dat private rechtsvormen alleen toelaatbaar zijn indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang‟ 7 Gemeentewet, art. 160, lid 2. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerp-besluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen en nadat gedeputeerde staten toestemming heeft verleend. 8 Gemeentewet, art. 160, lid 3. De raad heeft in deze vooral een kaderstellende en controlerende rol. Dit beleidskader verbonden partijen voorziet in die kaderstellende rol.
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV):
Het BBV bevat niet alleen de eisen waaraan de gemeentelijke begroting en jaarrekening moeten voldoen, maar geldt ook voor gemeenschappelijke regelingen met rechtspersoonlijkheid. Voor privaatrechtelijke organisaties gelden de verslag-gevingsvoorschriften volgens het Burgerlijk Wetboek. Het BBV schrijft onder andere voor dat in het programmaplan de betrokkenheid van de verbonden partijen bij het bereiken van de programmadoelstellingen moet worden toegelicht 9 BBV art. 8, lid 3.. De begroting van de gemeente dient een afzonderlijke paragraaf te bevatten waarin de visie en beleidslijnen zijn vastgelegd ten aanzien van verbonden partijen. Als de visie in een actuele nota verbonden partijen is opgenomen hoeft dat niet ook nog in de paragraaf. Er moet een lijst van verbonden partijen met een aantal verplichte gegevens opgenomen worden, zoals naam en vestigingsplaats, het openbaar belang van de verbonden partij, veranderingen die zijn opgetreden, het eigen en vreemd vermogen van de verbonden partij, etc.